ERIK ODIJK 2018-03-19T13:29:16+00:00

Project Description

ERIK ODIJK

Erik Odijk, 19-1-1959, Deventer.

Opleiding/education:
1977 – 1983 Tehatex Nijmegen
1983 – 1986 A.B.K. Arnhem, Vrije Kunst

Erik Odijk maakt tekeningen in zijn atelier en op expositieplekken waar hij in situ op de wand werkt. Protagonist in zijn oeuvre is de natuur, de kunstenaar trekt door wilde landschappen en grijpt in zijn werk terug op de ervaring van de plek. Zijn getekende landschappen zijn lieflijk en woest. Een gelaagde tekenstijl maakt het spinsel van de tijd en haar langzame greep op de natuur voelbaar. De stijl is traditioneel; in formeel opzicht doet ze denken aan de hallucinante lijnvoering in de landschappen van Jan Toorop uit de periode van het Symbolisme. Erik Odijk verbeeldt de levenskracht en duisternis van de natuur. Zijn werk is doordrongen van de idee dat het werkelijk ondergaan van de natuur een roeservaring is waar we in onze tijd moeilijk toegang toe hebben. Om deze reden krijgt de fotografie in zijn huidige werk een belangrijker plaats. Recentelijk stelt Erik Odijk fotoreeksen samen van zijn tochten door landschappen, en hiermee wordt er een objectieve blik op de ervaring van de plek in het spel gebracht. De foto’s vormen een contrapunt voor de tekeningen, en zijn een uitbreiding van het onderzoek naar de natuurervaring in de 21ste eeuw.

Statement
Het oeuvre van Erik Odijk is belangrijk door de pregnante verbeelding van een van de grote onderwerpen van onze tijd: de veranderende perceptie van de natuur. In zijn werk betrapt hij het gespleten gevoel van de natuurreiziger, die weet dat elke stap die hij zet mogelijk schade toebrengt aan deze omgeving maar die niettemin de roep van de wildernis niet kan weerstaan. De innerlijke tegenstrijdigheid die deze kunstenaar/reiziger ervaart, komt op een overtuigende manier naar voren in zijn teksten over de huidige roep om natuur in onze cultuur. In zijn tekst voor de studiereis Power of Place in de Verenigde Staten in 2007 schrijft Erik Odijk:
“Arcadische dualiteit is een thema waarin ik me verdiep. De twee soorten Arcadië: ruig en lieflijk, donker en licht… Het pastorale Arcadië van de goede smaak, harmonie en aangepaste vormen tegenover het woeste, ruige en verontrustende Arcadië zoals een wildernis. Aan beide vormen was en is nog steeds behoefte. Veel stads‐ en landschapsparken in stedelijke gebieden passen in het lieflijke Arcadië, het zijn plekken voor ontspanning, recreatie en sociaal verkeer. Sociale plekken met sociale bomen, sociale heuvels en sociale waterpartijen ondersteund door sociale voorzieningen en infrastructuur. Daarnaast is er weer behoefte aan ‘wilde natuur’. De tendens is om onze arcadische agrarische cultuurlandschappen om te vormen tot wilde natuur. Men steekt dijken door, creëert riviervlietbossen die blootstaan aan en gevormd worden door natuurlijk geweld, compleet met op zichzelf teruggeworpen ‘wilde dieren’. Waar ligt de grens tussen het geordende en veilige landschap van tuinen, parken en cultuurlandschappen en het ruige, wilde ‘onherbergzame’ landschap waar zoveel angst voor is? Is die grens er wel?”

PROJECTEN